Co-schap in Kenia:(G)een weekend rust
Savon (co-assistent) heeft samen met Myrthe in een Keniaans Missieziekenhuis een klinische stage gelopen. Tijdens deze stage mochten Savon en Myrthe met de artsen meelopen en hen - waar mogelijk - ondersteunen. Savon schrijft maandelijks over zijn Kenia-ervaringen.

"Rust nou eerst maar eens een weekendje uit!" Met dat goedbedoelde advies laat de ziekenhuisdirectrice ons achter in het gastenverblijf, samen met de Keniaanse weekend-arts Keri die ons prompt meevraagt op zijn avondronden. Rust? Na anderhalve week reizen door Kenia zijn we eindelijk aangekomen en nu willen we iets doen ook. Ik pak mijn tas net voldoende uit om mijn witte jas aan te kunnen trekken, m'n stethoscoop nonchalant om mijn nek. Zo, ik ben er klaar voor!

In een schemerdonkere zaal op de vrouwenafdeling doe ik mijn eerste indrukken van het ziekenhuis op. Terwijl de Keniaanse arts op de klamboes boven de bedden wijst en college geeft over alle uitingsvormen van malaria, kijk ik mijn ogen uit. Rijen roestige bedden met dunne matrasjes, verpleegsters met kapjes op het hoofd. Gekleurde banden op die witte kapjes onderscheiden hun rangen. Die klamboes zijn er trouwens ook meer voor het idee. Regelmatig zitten er vuistgrote gaten in. De meeste patiënten wikkelen zich gewoon helemaal in een deken en trekken dan als een schildpad hun hoofd in. Niemand verbaast zich erover. Zo doen ze het thuis toch ook?

Op actie hoeven we niet lang te wachten. Op de Maternity Ward ligt een zwangere vrouw in kritieke toestand. Torenhoge bloeddruk, neurologische uitvalsverschijnselen. Medicatie helpt niet meer. "Eclampsie!" oordeelt Keri, "dat kind moet eruit!" Misschien verbeeld ik het me, maar hij lijkt zich te verheugen bij het idee om 'even' een sectio te kunnen doen. De verloskundige kijkt bedenkelijk. De moeder is pas 24 weken zwanger. In Nederland zou de baby al een slechte prognose hebben, hier betekent een keizersnede het doodvonnis voor zo'n prematuur kind. De schaduwen op de betonnen vloer van de verloskamer zijn lang, en alle gezichten staan bedrukt. De verloskundige protesteert, en de weekend-dokter belt toch maar eens met de vaste ziekenhuisarts - mobiel, want vaste lijnen werken hier meestal niet. Halverwege het gesprek is het beltegoed op. "Sawa", mompelt de arts opgewekt. Okee, het zij zo. Dan maar geen overleg, op naar de operatiekamer. "Lose one, or lose both." Ethiek op de werkvloer. Houten schotten op een grauwe betonnen vloer vormen een provisorische kleedkamer. Daar ontmoeten we John Priestly, een Amerikaanse kinderarts die hier als vrijwilliger werkt. Het blijkt ook zijn eerste avond hier. De operatiekleding is schoon gewassen, maar her en der zitten er gaten in de mutsjes en rafels aan de mondkapjes.

De keizersnede verloopt voorspoedig en het resultaat laat niet lang op zich wachten. Een prachtig kind, een jongetje. De baby is klein, veel te klein. Het bleek-blauwe wezentje dat zo dapper naar adem hapt zou makkelijk op mijn uitgestrekte hand kunnen liggen. John probeert een aantal keer tevergeefs een infuus te prikken. Babyformaat naaldjes zijn niet voorhanden dus het blijft prutsen met grotere naalden. Van mijn pogingen tot beademing van het kleintje komt ook al niet veel. Eerst moet de enige zuurstoffles in de OK bij de moeder worden weggehaald en bij het kind worden neergezet. Ondertussen blijken er geen kleine mondkapjes te zijn voor de beademingsballon, dus moet ik maar improviseren met een veel te groot mondmasker. Dat haalt, uiteraard, weinig uit.

John is nog steeds met het infuus bezig en overweegt een venasectie. Gelukkig zijn de steriele mesjes ook even nergens te vinden. Hij werkt trouwens als een typische Amerikaan: behoorlijk opgefokt en alle opdrachten worden zo'n beetje gevolgd door "stat". Het is net alsof je op de filmset van ER staat te kijken. Alhoewel, hier gebeurt verder weinig met al die opdrachten. John roept meermalen om een couveuse, maar er komt niets. Verpleegsters sjokken traag de operatiekamer in en uit, schijnbaar zonder doel. Figuranten in een bizar toneelstuk.

Ondertussen krijgt het kind de maximaal mogelijke maar overduidelijk zinloze behandeling. De chirurg is allang weg, die heeft 't wel gezien. De verpleging trouwens ook. Na twee uur werk is het kind nog steeds in kritieke toestand. Infuusloos, couveuseloos, kansloos, hopeloos. Ik merk voorzichtig op dat na al onze invasieve pogingen, we misschien een palliatief, abstinerend beleid moeten voeren. Tegen het zere been van John ! Als blikken konden doden… "Miracles do happen", snauwt hij me toe. De couveuse is er trouwens nog steeds niet. Wanhoop wint, deze nacht. Inmiddels is het ver voorbij middernacht. Ik hou het voor gezien en ga slapen. De baby overlijdt nog geen uur later. Mijn eerste patiënt heeft dapper gevochten, en verloren. Het was een wonderlijke nacht, maar het wonder bleef uit. Helaas. Dat weekendje rust, dat klinkt opeens zo gek nog niet.

Savon