Gepiept

In flink tempo doorkruis ik het ziekenhuis. Nog geen drie minuten terug ben ik opgepiept door de specialist die volgens zijn assistente een co nodig had. Gehaast ga ik alle spoedmogelijkheden na: wellicht is er niemand in huis die kan reanimeren en is alle hoop nu op mij gevestigd. Wat tempo erbij. Er moet een infuus geprikt worden, maar zelfs de anesthesie is het niet gelukt, dus zat er nog maar één ding op: Ludi inschakelen. 

Ik ren nog net niet, dat zou bovendien behoorlijk on-artsig zijn. Mijn reputatie is me vooruit gesneld en nu is er een patiënt die erop staat door mij onderzocht te worden. “Daar ben ik dan!” Hijg ik tegen de arts op de polikliniek. Hij gaat me voor naar de onderzoekskamer waar een jonge man staat te wachten. “Ik heb er toch nog één kunnen regelen”, bromt hij tegen de patiënt. Hij bedoelt waarschijnlijk ‘een co-assistent’.

De specialist slaat zijn armen over elkaar: “Zo, laat jij maar eens zien hoe je de borstkas onderzoekt.” De jongeman grijnst breed als hij doorkrijgt wat er gaat gebeuren en trekt met een groots gebaar zijn bovenkleding uit. Geforceerd steekt hij zijn borst vooruit. Niet veel later is het me duidelijk waarom ik opgepiept ben: ik voel een behoorlijk afwijkende structuur. “U ziet, de jonge dokter doet dit onderzoek vele malen langzamer dan ik”, verzucht de specialist. De jongeman knipoogt: “Ik help graag mee aan het onderwijs, hoor!” Aan zijn blik zie ik dat hij vanavond in geuren en kleuren aan zijn vrienden gaat vertellen dat hij door een jonge blonde vrouw is betast.

Ik denk ergens anders aan: straks gaat de specialist hem het slechte nieuws brengen. En opeens wil ik hier heel snel weg. Morsige specialist, onzekere co, onwetende patiënt. Wat een rare wereld.

Ludi Koning, coassistent

Deze column is eerder verschenen in Ad Valvas, het universiteitsblad van de VU.