Het houdt wat in, coassistent zijn op de afdeling van dokter Van Maarswijck. Van Maarswijck stormt de artsenkamer binnen: “Ik heb nu toch een eminente pianist ontmoet, ik ga hem strikken voor de Rotary!” Mag ik u voorstellen: Dr. Timothy George Wilhelm van Maarswijck, Timo voor intimi, specialist. “Hé Van Maarswijck, ouwe lul!” Je hoort het z’n corpsgenootjes roepen voordat er een emmer bier over hem uitgestort wordt. En grappen dat-ie maakt! “Hahaha!” Roepen alle arts-assistenten luidkeels in koor. Iets met schaarse opleidingsplekken.
Hij neemt mij op: de co waardeert zijn grap niet? Dokter van Maarswijck en ik: wij worden duidelijk geen dikke maatjes. Vandaag lopen we visite met de hele club: arts-assistenten, verpleging, fysiotherapeuten, minimaal vijftien mensen. Van Maarswijck is de dienstdoende specialist, de rest volgt hem als trouwe schapen. Het gaat allemaal flitsend deze ochtend: hier een schouderklopje, daar een vette knipoog, het patiëntencontact verloopt gesmeerd! Van Maarswijck piekt vandaag en de vogeltjes fluiten lustig. Dan is het de beurt aan meneer Cats. Meneer Cats ligt al maanden in het ziekenhuis vanwege een infectie in de buik. Complicatietje… Nu klaagt hij over zijn duim: kan ’m niet zo bewegen,
en ook niet zo. Zo pijn en zo ook. Hier drukken, daar pijn, etc… Van Maarswijck snapt dat dit met zo’n grote schare toeschouwers een prestigezaak betreft. Kordaat optreden dus.
Hij draait plichtmatig wat aan de duim en zegt dan resoluut: “Ik zie het al meneertje, daar geven we u straks fijn een infectie in…” Doodse stilte. “Eh… injectie natuurlijk.” “Dokter toch”, giechelt meneer Cats. Dat is het sein voor de omstanders om massaal in lachen uit te barsten. Op de arts-assistenten na, die verkrampt naar de grond kijken terwijl ze hun lachen proberen in te houden. Van Maarswijck is duidelijk not amused. Al die consternatie om niks, we werken hier wel in een ziekenhuis hoor. Zie-ken-huis. Het helpt niet. Vooral niet als de fysiotherapeut de patiënt toefluistert dat-ie nu ook wel kan raden waar die infectie in de buik vandaan kwam. Meneer Cats plast ondertussen bijna zijn bed onder. En ik stel mijn mening bij: met Van Maarswijck kun je wel degelijk lachen.
Ludi Koning, coassistent
Deze column is eerder verschenen in Ad Valvas, het universiteitsblad van de VU.