Mobielverslaafden
“Meneer Post?” Ik kijk de wachtkamer rond. Zonder op te kijken, steekt een onderuitgezakte man zijn hand in de lucht. Hij is druk bezig iets op zijn mobieltje in te tikken. “U bent aan de beurt”, zeg ik als mijn patiënt geen aanstalten lijkt te maken. “Ik had tien minuten geleden een afspraak, jullie hebben me dus tien minuten laten wachten. Nou wachten jullie ook maar, want ik ga eerst mijn sms afmaken.” Er welt een lichte paniek in me op. Wat hadden we ook alweer geleerd bij het practicum ‘omgaan met boze patiënten’?
De emotie benoemen, de oorzaak achterhalen en dan een gedragsverandering voorstellen. Vooral niet zelf ook boos worden, dat is het belangrijkste. Ik voel dat ik boos word. Heel boos. Hoe vaak wacht ik niet zonder problemen een half uur op mijn huisarts? De man mag blij zijn dat het maar tien minuten is... Ik zie mezelf al op een zalvende manier de lessen in praktijk brengen: “Ik heb het gevoel dat u boos bent, meneer. Klopt dat? Wat vervelend dat u zich zo boos voelt over de wachttijd. Helaas is het spreekuur uitgelopen, bladiebla.”
Meneer Post is ondertussen nog steeds driftig zijn sms’je aan het tikken. Ik schraap mijn keel: “Meneer, in dat geval heb ik ook nog wel andere dingen te doen.” Ik draai me om en loop terug naar de artsenkamer. De arts-assistent zet grote ogen op als ik mijn verhaal vertel. “Heb je op hem gewacht?” Ik ontken, voeg er aan toe dat ik ben weggelopen en hoop maar dat niemand boos wordt. Maar de aanwezige artsen knikken instemmend: “Ik heb echt geen geduld met dat soort mensen”, zegt een tweede arts-assistent. “Ga jij anders maar naar meneer Vaassen, die zit in kamer twee.” Voor de zekerheid verontschuldig ik me bij meneer Vaassen voor de wachttijd als ik zijn kamer inloop. “Welnee, dat is geen probleem hoor”, antwoordt hij.
Terwijl we zijn ziektegeschiedenis doornemen, gaat zijn mobiel opeens af. “Een momentje hoor, dit is belangrijk.” Voor ik het weet zit meneer Vaassen een gesprek te voeren door de telefoon. “Meneer?” probeer ik nog. Hij maakt een afwerend gebaar met zijn hand. Ik sta op en weer loop ik weg. Op de gang hoor ik dat meneer Post zonder consult is vertrokken. Ik concludeer dat weglopen ook nergens toe leidt. Maar wat moet ik dan? Een telefonisch spreekuur beginnen voor mobielverslaafden?
Ludi Koning, coassistent
Deze column is eerder verschenen in Ad Valvas, het universiteitsblad van de VU.