Volgens Leendert Krol, kinderarts én hoogleraar medische psychologie, duurt het luttele maanden voor een coassistent onder invloed van de ziekenhuisomgeving is getransformeerd tot een botte, fouten negerende, emotieloze arts-inwording. Nog even en u bent bij mij dus ook niet meer veilig. Ligt u hulpeloos op de Spoedeisende Hulp met een bierfesje in de anus, omdat u bent uitgegleden over het afval van het feestje van gisteravond toen u vanuit de badkamer naar uw slaapkamer liep. Kan de beste overkomen. Bied ik de Chirurg aan om ‘de flessenopener’ te statussen. Chirurg glimlachen, Ludi voelt zich helemaal het mannetje, eh… vrouwtje. Alles voor een goede beoordeling, nietwaar?
Even later mag ik u de diagnose meedelen: “We hebben een pijpje Heineken verwijderd, maar er is een complicatie opgetreden. U zult de rest van uw leven een stoma moeten dragen. Dat krijg je ervan als de patiënt niet netjes stil blijft liggen. Zuster de Vries, ontslaat u de patiënt?” Zonder uw reactie af te wachten, vertrek ik voor een bakkie leut. U blijft uiteraard in vertwijfeling achter: u had toch alleen Grolsch ingekocht? Ik hoop het niet, maar mocht u ooit zo door mij bejegend worden, zeg daar dan alstublieft wat van. Schrijf desnoods een brief, stuur iemand anders om de boodschap door te geven, maar maak me hoe dan ook duidelijk dat ik een lompe, ongeïnteresseerde rotdokter ben. Als u me maar geen zuster noemt. Afgesproken?
Ludi Koning, coassistent
Deze column is eerder verschenen in Ad Valvas, het universiteitsblad van de VU.