Stel je maar even voor.
Arthur Schulte, 21 jaar. Studeer nu in het vierde jaar gnk aan de UvA en in het eerste jaar Rechtsgeleerdheid (ook aan de UvA). Voorzitter van studievereniging ‘Meer’, een studievereniging voor de honoursstudenten* van de UvA. Daarnaast wilde in in mijn tweede jaar ook iets extra met geneeskunde doen en heb toen gesolliciteerd als redacteur bij het NTvG-s (Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, studenteneditie), een medisch wetenschappelijk tijdschrift voor
geneeskundestudenten dat gratis verkrijgbaar is op alle faculteiten in Nederland en Vlaanderen en waar studenten zelf ook artikelen in kunnen publiceren. Sinds februari ben ik daar de hoofdredacteur van.
*Honoursstudenten zijn studenten die naast hun studie een extra programma ter verbreding en verdieping volgen voor extra studiepunten waarmee ze na een succesvolle afsluiting een honoursbachelordiploma ontvangen.
Wilde je altijd al dokter worden?
Heel stom en clichématig: ja, altijd al dokter willen zijn. Ik kan me niet zo goed herinneren waarom. Waarom wil je brandweerman of politieagent of dokter worden? Het is vooral de spanning en het opkijken tegen zo iemand, denk ik, die dan de keuze bepaald. Het is vaak lastig om aan te geven waarom je iets doet, je vindt het ‘leuk’ of gewoon ‘daarom’. Voor mij was een beetje de status die er omheen hing, ‘de witte jas aan’. Na de eerste paar maanden kom je daar keihard van terug: de patiënten bepalen toch veel meer wat er gaat gebeuren en het is de taak van jou als toekomstig arts om die wensen te verenigen met jouw kennis en ervaring om zo tot de optimale zorg te komen. Daar past geen paternalistische arts met status, maar een onderhandelaar die bereid is zijn eigen status gelijk te stellen aan die van de patiënt, best lastig. Ik zie daarom veel meer de diversiteit van het arts zijn als reden om met de studie door te gaan. Je kunt eigenlijk alles met een artsdiploma: onderzoek doen, patiëntenzorg maar ook diverse beleids- en managementfuncties in de zorg of in het bedrijfsleven of de overheid. Ik weet dan ook niet zeker of ik de rest van mijn leven met patiënten aan de gang wil gaan. Mij trekt vooral het brede en diverse aan terwijl ik bezig ben met iets dat me erg interesseert: gezondheidszorg als instituut, de mens en het menselijk lichaam in ziekte en gezondheid als onderwerp van alle zorg en aandacht.
Was de UvA je eerste keus bij de loting?
Gelukkig hoefde ik niet te loten, daar heb ik hard voor gewerkt op de middelbare school. Ik kon kiezen tussen de UvA en de VU. Ik wilde sowieso naar Amsterdam voor de sfeer, en omdat we er dichtbij woonden. Ik kon dan thuis blijven
wonen, dat was toen erg praktisch. Het enige verschil tussen de VU en de UvA was eigenlijk het gebouw, de VU trok me minder aan. Het AMC (-UvA) is ook niet een van de mooiste gebouwen in Amsterdam (eigenlijk staat het in de flatwijk Bijlmer, bekend van de vliegramp) maar toch wat lichter en ruimer van opzet dan de VU. Vooral de volledige intergratie van ziekenhuis en faculteit vond ik wel aantrekkelijk. Dat is het enige verschil, de VU heeft weer andere sterke punten.
Hoe bevalt de studie tot dusver?
Tot nu toe bevalt de studie uitstekend. Dit komt vooral door de opzet van ons curriculum. De mogelijkheid om zelf te kunnen plannen. Niet teveel verplichte uren per week en een week vrij om je tentamen te leren geeft veel ruimte om andere dingen te doen. Alleen geneeskunde zou mij niet voldoende bieden, ik wil graag maximaal van mijn studietijd profiteren. Ik ben dus ook een groot voorstander van het doen van dingen naast je studie. Niet alleen bestuurlijk etc. maar misschien eens een keuzevak, een onderzoek of een reisje naar het buitenland. Doe contacten op, leer van de ervaringen. Dat is wel de boodschap die ik wil meegeven.
Heb je al enig idee wat je wilt gaan doen na jouw studie?
Na mijn studie? Geen idee, zoals ik al eerder zei weet ik dat ik graag veel dingen tegelijk doe en dat wil ik dan ook na het halen van mijn diploma doorzetten. Maar wat precies? Dat weet ik niet. Ik denk in ieder geval aan promoveren, maar waarin? En een specialisatie? Ik heb wel een paar dingen waar mijn interesse naar uitgaat maar niets concreets. Ik ben van mening dat ik daar tijdens de co-schappen wel achter kom. Ik maak me daar nu nog niet druk over.
Je bent secretaris en hoofdredacteur bij het NTvG-s, kun je wat meer vertellen over hoe je daar terecht bent gekomen?
Ik had het blad een aantal keer gelezen in mijn eerste jaar. Toen ik net aan mijn tweede jaar begon zag ik een advertentie in het tijdschrift staan. Toen er vervolgens een praatje door de toenmalige hoofdredacteur voor de collegezaal gegeven werd, heb ik contact met haar gezocht en toen werd ik erg enthousiast over de functie. Ik ben toen aangenomen als een van de vier redacteuren. Op zoveel mogelijk faculteiten proberen we altijd collegepraatjes te houden en posters op te hangen om studenten op de vacatures, die elk jaar in september zijn, te wijzen.
Zijn de bestuursactiviteiten goed te combineren met de studie?
Met een beetje efficiënt studiegedrag en een beetje planning is de studie geneeskunde iig op de UvA prima met van alles en nog wat te combineren. Ik loop nu nominaal. Wel heb ik het idee dat ik toch wel elementen van de studie mis, minder goed meekom in werkgroepen etc. omdat ik de stof niet, of niet zo diep bestudeerd heb. Ik vind dat echter geen enorm probleem, ik haal dat tijdens mijn co-schappen wel op. Dan wil ik me echt op mijn studie storten. In de tussentijd hecht ik meer waarde aan de ervaringen die ik opdoe met de dingen naast mijn studie. Die kan ik niet later nog eens ophalen.
Wat doe je om te ontspannen naast jouw werkzaamheden bij het NTVG-s en de studie?
Door het doen van veel dingen kom je met veel mensen in contact. Ik vind dat heel erg leuk en loop dan ook heel wat borrels en feestjes af. Dat is wel vermoeiend maar een goede afleiding. Verder luister ik graag klassiek, dat is prima als je achter de computer aan het werk bent. Ontspanning en nuttig bezig zijn tegelijk.
Waarom moet volgens jou iedere geneeskundestudent het NTVG-s lezen?
Studenten vinden het lezen van artikelen vaak niet de meest enerverende bezigheid die er bestaat. Doordat we als studenten vaak nog niet veel ervaring hebben zeggen die artikelen ons vaak niet zoveel. Toch zullen we later allemaal ‘aan de literatuur moeten’: in de veranderende wetenschap zijn de laatste ontwikkelingen vaak de poort naar nieuwe methoden of juist de herwaardering van oude methoden. Je bent het aan je patiënten verplicht om de beste zorg te kunnen leveren. Dan moet je wel weten wat je kan bieden. Om studenten op die latere rol voor te bereiden is er het NTvG-s. We proberen de artikelen in ons tijdschrift op studenten af te stemmen. Dat betekent dat ze vaak qua onderwerp aansprekend zijn en qua stijl wat makkelijker te begrijpen. We proberen net wat verklarender te zijn dan de ‘volwassen tijdschriften’ waarbij we de kwaliteit en juistheid van de inhoud wel op een vergelijkbare manier willen waarborgen. Het NTvG-s is daarom een perfecte eerste stap in het lezen van literatuur.
Ook bieden we studenten de mogelijkheid om te publiceren. Ervaring opdoen met het schrijven en gepubliceerd krijgen van een artikel is erg nuttig. Wie later zelf onderzoek wil doen moet wel: ‘publish or perish’. Een beetje ervaring is dan, zoals in alles, nooit weg.
